Niet oordelen

relativisme skepticisme

Oordeel jij over mensen of ben je overtuigd van ‘de waarheid’? Misschien een idee om je oordeel op te schorten.

Soms is het beter om je te onthouden van een oordeel. Door niet steeds van mening te zijn dat iets ‘goed’ of ‘slecht’ is en op die manier je (voor)oordelen opzij te zetten, blijf je open staan voor nieuwe inzichten. Ook kan het je rust geven: het etiket dat iets dat je overkomt ‘slecht’ is, maakt dat je het ook zeker zo zult ervaren.

In verschillende filosofische, spirituele en psychologische stromingen wordt de kracht van niet-oordelen genoemd. En ook ik werd erdoor getriggerd. Het klinkt namelijk aannemelijk en ook fijn. Het kan je helpen om je begeertes te beperken en gelukkiger te zijn. Je geeft anderen meer de vrijheid om te leven hoe zijn willen.

Maar oordelen komt van overtuigingen die diep in je geworteld zijn. Om minder te oordelen, is dus een begrip nodig waarom het niet alleen nuttig, maar ook terecht is om je oordeel op te schorten. Dat leg ik uit aan de hand van twee begrippen: scepticisme en (moreel) relativisme.

Scepticisme: kritisch over kennis en het bestaan van “de waarheid”

In de geschiedenis van de filosofie en de wetenschap heeft men zich afgevraagd of het eigenlijk wel mogelijk is om ‘de waarheid‘ te vinden. En of zo’n waarheid überhaupt wel bestaat. Dat kan gaan over grote vragen, zoals het ontstaan van het heelal of het bestaan van God. Maar het geldt evengoed voor je dagelijkse overtuigingen: kunnen wij de waarheid daarover weten, zijn wij in staat om echte kennis te hebben?

Tegenover het idee dat er dingen zijn die we absoluut zeker kunnen weten, staat het scepticisme. In de meest ‘harde’ variant, zegt het scepticisme dat we niets zeker kunnen weten. Dat klinkt misschien vergezocht, maarja: hoe kun je echt weten of wat we ervaren ‘echt’ is, of eigenlijk een droom? Als jij vannacht droomt dat je een vlinder bent, en je wordt daarna wakker. Wat is dan de waarheid: droomde jij dat je een vlinder was, of droomt de vlinder nu dat hij jou is? Onzin, zul je zeggen. Maar hoe bewijs je het? Klassieke voorbeelden van het bewijzen van kennis, zijn het rationalisme en het empirisme.

Rationalisten zeggen dat je kennis alleen via de geest krijgt, dus door na te denken. Zintuigen kunnen je misleiden: een stukje was kan hard zijn, maar het kan ook smelten en vloeibaar worden. Voor je zintuigen lijken het dan twee verschillende dingen. Maar je geest weet dat het nog steeds de was is van daarvoor, dat het in essentie nog hetzelfde is. Met je geest zie je dat claire et distincte (helder en duidelijk). Maarja, door alleen te denken, komen mensen tot verschillende conclusies. Wie heeft er dan gelijk? En hoe weten we of rationeel denken en de regels van de logica ons echte kennis geven?

Het empirisme zegt daarom juist dat kennis verkregen wordt door tastbare feiten: observaties, testen, experimenten met je zintuigen. Dat is voor iedereen hetzelfde. Maar de moeilijkheid zit hem erin dat we niet alles natuurkundig (of breder, wetenschappelijk) kunnen verklaren. Juist begrippen zoals waarheid, vrijheid en ethiek lijken zich te ontglippen aan de wetenschap.

‘Begging the question’

Belangrijker nog: beide methoden om de wereld te begrijpen, zitten ‘opgesloten’ in hun eigen systeem. Ze kunnen zichzelf niet ‘bewijzen’. Dat klinkt ingewikkeld, maar het zit ongeveer zo.

Wanneer je wilt bewijzen dat de logica de juiste methode is, welke argumenten gebruik je dan? Logische argumenten? Je veronderstelt dat de logische argumenten gelden, maar die veronderstelling wilde je juist bewijzen – en dat kan dus niet met de logische argumenten die immers nog ‘bewezen’ moeten worden. Het is een cirkelredenatie, of eigenlijk ‘begging the question’ die we vaak tegenkomen.

Dat maakt dat er vaak zo’n kloof is tussen verschillende denkwijzen: Een gelovige kan citeren uit de Bijbel of een ander heilig boek, maar dat zal een wetenschapper niet overtuigen. Een wetenschapper kan met bewijzen komen over de geschiedenis of over het ontstaan van het heelal, maar dat zal een gelovige zijn vertrouwen in de Bijbel niet wegnemen. Terzijde, juist voor Christenen tegenwoordig is lastig te bepalen wat hun toetssteen voor ‘waarheid’ is. Veel Christenen willen geen homo’s stenigen, ook al zou de Bijbel dat wel voorschrijven. Gelukkig maar. Maar blijkbaar hebben ook zij een andere bron om te bepalen wat goed is en wat niet. Een bron in zichzelf, die blijkbaar heiliger / beter / betrouwbaarder is dan de Bijbel zelf. Maar wat dat is – geen idee.

Mild scepticisme

Hoewel sommige sceptici dus zeggen dat we geen zekere kennis kunnen hebben – zij spreken zichzelf tegen. Als kennis niet mogelijk is, dan kunnen zij die uitspraak ook niet doen! En laten we niet vergeten, wij hebben ons van kleine zoogdieren ontwikkeld tot verfijnde instrumenten om ‘de werkelijkheid’ mee waar te kunnen nemen – zodat we kunnen reageren op onze omgeving, en kunnen overleven. Dus ook al kunnen we het niet helemaal zeker weten, het feit dat we zover zijn gekomen, wil in ieder geval aangeven dat we een deel van de werkelijk met succes weten te interpreteren.

Realistisch is het dus om voor een ‘mild scepticisme’ te kiezen. Dat is het besef dat we heel veel dingen niet zeker kunnen weten. We lopen voor het ultieme bewijs altijd tegen een cirkelredenatie aan. Maar is dat erg? Dat hoeft niet. Je hoeft daarvoor je leven niet heel anders te leven. Je kunt nog steeds overtuigingen hebben, of ergens in geloven. De wetenschappelijke methode kan nog steeds (voor jou) de meest ‘nuttige’ manier zijn om iets over de wereld te weten te komen. Maar dat sluit niet uit dat een mysticus of een filosoof jouw inzichten kan aanvullen, en dat die inzichten van hen even veel ‘waard’ zijn – zij zeggen namelijk iets over categorieën buiten de wetenschap.

Buiten dat dit een meer ‘open mind’ geeft en mensen meer tolerant zou maken, heb je er zelf ook wat aan. Wat dat is, daarover ken ik twee conclusies.

  • Geestelijke rust: In de Griekse filosofie zei Sextus Empiricus, dat je daarmee een soort geestelijke rust zou krijgen: ataraxia. Het besef dat je nooit met zekerheid kan weten hoe het allemaal zit maar toch prima je leven kunt leiden, maakt dat je je er ook geen zorgen over hoeft te leiden. Je kunt niet weten of je naar de hemel of hel gaat. Je kunt niet weten of jouw leven goed is, en of jij goed bent, of dat het gras werkelijk groener is aan de overkant. Je legt je erbij neer en leeft je leven.
  • Skillful living: Iets anders was dit voor Zhuangzi, in de Chinese filosofie. Met zijn milde scepticisme wilde hij niet alleen geestelijke rust bereiken. Door niet zo snel te denken dat je alles al weet, kun je juist nieuwe dingen leren, breder kijken, een open geest houden, en beter gebruik maken van alle mooie mogelijkheden die je hebt. Zijn doel: een vaardig leven leiden, goed worden in wat je doet. Naast de geestelijke rust die het je geeft, moet het je vooral ook een heldere blik in de wereld geven.

Mild scepticisme heeft volgens mij een gevolg voor de ethiek.

Moreel relativisme: wie bepaalt wat goed is en wat niet?

Moreel relativisme wil zeggen dat meerdere antwoorden mogelijk zijn op de vraag wat goed en slecht is.

Net als dat je extreme vormen van scepticisme hebt, heb je dat ook in het relativisme. Zij denken dat het echt niet uitmaakt wat je doet: Mensen liefhebben, mensen vermoorden, anderen pijn doen, voor anderen zorgen – alleen wij mensen bepalen wat we goed of slecht vinden, maar eigenlijk is het nergens op gebaseerd – in het heelal doet het er niet zoveel toe hoe wij leven, de natuur ‘geeft’ er niet om. Ik denk niet zo, maar ergens hebben zij een punt. Het vreemde is, dat als een kat een muis doodmaakt, of een leeuw een antilope, we het ‘de natuur’ noemen. Maar een mens die een kat doodmaakt noemen we slecht. Een mens die een varken doodmaakt, of zelfs duizenden tegelijk, niet. Tenzij hij toevallig een varken tegenkomt, en besluit het beest in stukken te snijden, voor de fun. Waar halen we die verschillen vandaan?

Ik heb tot in het diepst van mijn ziel de overtuiging dat mensen vermoorden slecht is, en mensen liefhebben goed – maar waarop baseer ik dat? Waarschijnlijk is het zo dat mensen instinctief en sociaal zo zijn gevormd dat er bepaalde normen en waarden zijn ontstaan, waar we een heel sterk gevoel bij kunnen hebben. Evolutionair, staatskundig, geschiedkundig en mogelijk ook biologisch gezien is dit de meest voor de hand liggende reden. En maatschappelijke normen en waarden die daar bovenop komen.

Door ons (milde) scepticisme weten we niet of ethiek echt alleen door mensen is ‘verzonnen’ of dat er meer achter zit. Dat kunnen we niet met zekerheid ‘bewijzen’. We hoeven ons dus niet tot in de eeuwigheid druk te maken over of moraliteit een menselijk maaksel is. Misschien is ons morele kompas, die zich door de eeuwen heen ontwikkelt en globaliseert, wel degelijk een goede richtlijn om naar te handelen. We weten het niet – maar ik heb een moreel gevoel en zou niet anders willen handelen. En hoewel ik echt begrip kan hebben voor iemands standpunten vanuit een andere cultuur, is er voor mij een grens – je kan andere normen en waarden hebben, maar stenigen, eerwraak en dat soort zaken, zijn wat mij betreft barbaars. Maakt me dat hypocriet? Ik weet het niet. Ik denk niet dat het erg is om daar het antwoord niet op te hebben en geen definitief standpunt te hebben.

Dat leidt ook hier tot een milde variant van het relativisme: het besef dat er diverse perspectieven zijn om naar goed en kwaad te kijken, en dat die ook naast elkaar kunnen bestaan. Niet per se omdat ze allemaal ‘gelijk’ zijn, maar gewoon omdat een moreel oordeel steeds van ontzettend veel factoren afhankelijk zijn. Cultuur, tijdperk, situatie, overtuigingen zijn al genoemd. En vaak kennen we de situatie niet waarin iemand handelt.

Wat je hier aan hebt

Je ziet iemand, die maakt een bepaalde indruk op je. Je oordeelt erover. Maar je kent diegene niet. Je weet niet wat er is gebeurd. Je weet niet waarom iemand zo handelde. En al wist je het wel, dan nog kun jij maar zeer beperkt voor een ander bepalen of dat gedrag goed is of niet. Jij hebt ook maar je eigen overtuigingen, net als een ander. Mensen hebben hun eigen persoonlijkheid. Dat wil niet zeggen dat je geen gelijk kan hebben – misschien is jouw levenswijze wel echt het beste. Maar in een andere situatie zou jij misschien net zo gedaan hebben als die persoon die je nu veroordeelt. Wees daar dus wat milder in, zou ik zeggen. Oftewel, ik kan me goed vinden in dit ‘perspectivisme’.

Ik hoop nu iets bij je teweeg te hebben gebracht. Je hoeft niet van al je overtuigingen af te stappen of overal aan te twijfelen. Maar een iets voorzichtiger standpunt kan helpen alle mooie mogelijkheden en verschillen in de wereld te zien, de waarderen in hun uniciteit en nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Rust te vinden in het feit dat we nu eenmaal niet alles kunnen weten, en die openheid kunnen toewenden om daarmee naar een (relatief) goed leven te zoeken. Je hoeft jouw levenswijze of overtuiging niet meteen overboord te gooien omdat niet zeker is of je gelijk hebt. Je kunt die waardevolle houding behouden, zonder anderen te veroordelen die anders in elkaar zitten.

De slimme lezer kan mij misschien betrappen op een zwakke uitleg, of misschien ben ik op sommige punten wel inconsistent of is mijn kennis onjuist. Laat ik me er dan op beroepen dat mijn poging is een verandering bij je te veroorzaken, en niet per se een sluitende academische theorie aan te bieden. Therapeutisch in plaats van concluderend.

Wat als het me is gelukt je aan het twijfelen te brengen. Wat heb je eraan? Het mooie is, dat het er niet om gaat om het antwoord te hebben, maar om de ervaring en het zoeken naar het juiste leven zelf.

Deel het met iemand anders: