Jezelf een spiegel voorhouden

Is het mogelijk om echt Jezelf te zien – zonder intermedium dat het beeld verstoort of vervormt?

Niemand kan zichzelf zien. Niet rechtstreeks, niet zonder gebruik te maken van een ‘spiegel’: iets buiten jezelf dat helpt om iets van jezelf te zien. Wat je over jezelf leert is daarom meestal indirect en afhankelijk van iets buiten jezelf.

De vraag is of datgene wat je nodig hebt om jezelf te kunnen zien, wel altijd even zuiver en betrouwbaar is. In de feedback die je krijgt zit vaak een vervorming, of ruis, projectie. Hoe dan, kun je jezelf leren kennen? Kun je bewust leren welke spiegels betrouwbaar zijn en welke niet?

Ik ga in deze blog in op drie groepen spiegels:

  1. Spiegels die het meest gebruikt worden en het makkelijkst zijn om te gebruiken, maar vaak niet het best zijn om een zuiver beeld van jezelf te krijgen;
  2. Spiegels die ook wel gebruikt worden maar hun eigen beperkingen hebben;
  3. Spiegels die het minst gebruikt worden, de meeste moeite kosten maar wel het zuiverste zelfbeeld geven.

1. Meest gebruikte, makkelijkste, slechtste spiegels

Media

Je kunt jezelf vergelijken met datgene dat je in de maatschappij en in de media ziet. Je kunt je vergelijken met het ideale schoonheidsbeeld, stromingen waar je bij kunt horen, of eigenschappen waaraan succes wordt afgemeten (geld, status). Het geeft heel veel feedback die ertoe neigt dat je jezelf op een bepaalde manier profileert of waardeert.

Wat is nu de ‘vervorming’ van deze spiegel? Nou, de spiegel is niet gericht op ‘waarheid‘, maar op dat wat het meest verkoopt. Het is niet bedoeld om jezelf mee te vergelijken om een waarheidsgetrouw beeld van jezelf te krijgen, maar om te zien wat er aan je ontbreekt en wat je moet hebben of moet zijn om erbij te horen. En waarbij dan precies is nog maar de vraag: de media geven niet weer wat de gemiddelde mens echt vindt. Kijk maar eens naar de magere modellen in de modewereld en de mannen in de echte wereld die meer van gevormde vrouwen houden. Om maar wat te noemen.

Wat mensen van je vinden

Je krijgt waarschijnlijk veel feedback van andere mensen: zij lijken wel te weten wie jij wel of niet bent (en soms ook wat goed voor je is). En soms houden ze je echt wel een goede spiegel voor, dat is echt zo. Maar in de meeste gevallen is aardig gevonden willen worden door de meerderheid van de mensen niet de manier om jezelf te worden of te leren kennen, maar juist om verder weg te raken van wie je bent.

Sommige mensen (vooral de mensen die het dichtst bij je staan en de meeste reden hebben om aan te nemen dat ze jou beter kennen dan jijzelf) kunnen de beste bedoelingen hebben. Maar die ‘bedoeling’ is nu juist de vervorming in de spiegel. Ze hebben bedoelen iets te bereiken met wat ze je zeggen, gebaseerd hun eigen perspectief, ervaringen, leefwereld, overtuigingen, etc. Dat nemen ze ongetwijfeld mee in hoe ze naar jou kijken. De ene persoon mag jou dan ook graag, maar een ander niet. Wie heeft er gelijk?

Andere mensen zijn dus zeker een spiegel, zowel mensen die dichtbij je staan als mensen die ver staan of je zelfs niet mogen. Al die feedback kan je iets leren. Maar eigenlijk: het leert je alleen iets over wat anderen vinden, niet wie jij bent.

2. Minder gebruikte, soms goede spiegels 

Mentor

Ik zou ‘andere mensen’ geen recht doen als ik niet ook de mentoren, leraren en coaches zou noemen en die iets meer credits zou geven als hierboven. Sommige mensen gespecialiseerd in het voorhouden van een spiegel en dat, als ze goed zijn, doen met zo min mogelijk vervorming en projectie vanuit de coachende rol. Meer dan eens gaat dat mis: De coach die zijn eigen rol verheerlijkt of weet wat goed voor je is. Soms gaat het goed, de coach die meer vanuit Socratisch perspectief in jou naar boven haalt wat al aanwezig was. De kwaliteit van de coach is dus nogal van belang (en daarbij niet bepaald gratis).

Heb je een goede leraar, coach of mentor? Dat is iets om echt te waarderen – pas wel op dat je niet afhankelijk wordt van een mentor-figuur. Net als in een spiegel: je hoeft niet te blijven kijken om te weten hoe je eruit ziet, tenzij je ijdel bent.

Zelftesten

Er zijn goede en slechte zelftesten, online (zoals deze) en praktijkassessments. Vragenlijsten en simulaties hebben zo hun beperkingen, maar geven wel een beeld en dat beeld heeft geen ander doel dan een waarheidsgetrouw te zijn en inzicht te bieden. Het is dus een instrument dat goed kan zijn en je kan helpen om kanten van jezelf indirect te zien die je niet eerder waren opgevallen. Slechtere testen stoppen je in een te beperkt hokje, waar je al dan niet in past.

Gebruik zelftesten dus gerust, maar beschouw ze als een instrument. Ze geven een klein stukje van je weer op een bepaald moment in de tijd, grotendeels gebaseerd op wat jij al van jezelf weet alleen waar je nog niet de juiste conclusies aan hebt verbonden.

Iets om over na te denken: wanneer weet je of een test goed is, als de uitkomst je aanspreekt en je het herkent, of juist wanneer dat niet zo is?

3. Minst gebruikte spiegels die meer moeite kosten, maar wel goed werken 

Over deze laatste groep eerst nog wat meer toelichting. Met deze groep probeer je eigenlijk de spiegel zoveel mogelijk te omzeilen. Concreter, je gaat proberen jezelf te zien en daarbij zo min mogelijk afhankelijk te zijn van externe, storende factoren. Het succes van onderstaande ‘spiegels’ is volledig afhankelijk van jouw vermogen tot zelfreflectie, of beter gezegd, de mate waarin je in staat bent om echt een stap terug te nemen en eerlijk tegen jezelf te zijn – ook als je dingen van jezelf ziet die je niet zo fijn vindt.

Ontmoeting en rechtstreekse ervaring

Je leert veel over jezelf door nieuwe ervaringen. Niet voor niets leer je jezelf met de jaren beter kennen. Omdat je meer hebt meegemaakt – relaties, moeilijke perioden, dingen die je echt waardeert, werkervaring, confrontaties, frustraties, dingen die je koestert, prachtig vindt, enzovoort. Dat betekent ook dat je nieuwe dingen uitprobeert die je ‘spannend’ vindt omdat het misschien niet zo goed bij je past of omdat je er onzeker over bent. Dat bereik je niet door er alleen maar over na te denken of zelfhulpboeken te lezen.

Kortom: ga andere mensen leren kennen, culturen ontmoeten (door te reizen of door naar een lokale gemeenschap te gaan), het gesprek aan, voor die baan gaan, achter je grote liefde aan, je bij dat netwerk aansluiten, mediteren, schrijven.. wat het dan ook is dat je laat ervaren hoe je dat vindt. Het schudt je namelijk los van je vaste patronen en geeft je nieuwe inzichten over jezelf. Rechtstreekse ‘levenservaring’, als je in staat bent tot zelfreflectie, is een goede manier om jezelf te leren kennen.

Meditatie

Specifiek noem ik er nog twee, die namelijk echte powertools zijn om jezelf te leren kennen: mediteren, en je eigen gedachten opschrijven en teruglezen. Eerst meditatie.

Je gedachten razen continu door, gevoed door alle stimuli in de moderne wereld. Je gedachten staan eigenlijk nooit stil – hooguit maak je ze passief door door social media te scrollen. Maar echt stil worden is lastig. Als je dat probeert, zul je merken dat er zich allerlei gedachten aan je op zullen dringen. Dingen die je ‘te binnen schieten’ nu je hersenen even niets te doen hebben. Gedachtes over de afgelopen dag of komende dagen, die zich automatisch als filmpjes in je hoofd afspelen. Soms dwalen je gedachten naar iets af waarmee je echt zit, en waar je nog niet de aandacht aan hebt geschonken die het nodig heeft.

Door meditatie kun je jezelf zuiveren van alle bovengenoemde ‘vervormingen’. Als je tot rust komt, gecentreerd bent, zie je veel makkelijker wat je zelf echt vindt, zonder je te laten misleiden door allerlei andere spiegels. Het wordt helder wat je echt wilt en hoe je zelf echt bent. En het wapent je voor de vervormingen de komende tijd. Jij weet zelf steeds beter wat wel of niet jouw waarheid is.

Schrijven

Heel concreet kan het enorm helpen om te schrijven – maar je moet er van houden. Door te schrijven als deze blogs op Simpel & Treffend, gewoon op je eigen computer, of beter nog, met pen in een speciaal boekje of schrift daarvoor. Schrijf wat je dwars zit, de vragen waarmee je zit of waarover je reflecteert. En lees dat op andere momenten eens terug. Het zal je verbazen hoe verrassend het is om je eigen woorden terug te lezen, in plaats van dat het flarden van gedachten zijn in je hoofd, die verdwijnen zodra je ze gedacht hebt. Je eigen schrijven teruglezen is (misschien wel) bijna net zo goed als jezelf rechtstreeks kunnen zien. Noem het een ‘filosofisch dagboek’ – je bent echt niet de eerste filosoof die dat doet.

Nawoord

Trouwens. Het is goed om hier een tijd mee bezig te zijn. En op een gegeven moment ook om het weer een beetje los te laten en er luchtig mee om te gaan. Verlies jezelf er niet in. Voor je het weet praat je alleen maar over jezelf. En ook over jezelf moet je niet al teveel willen oordelen.

Deel het met iemand anders: