5 lagen van waarheid

Socrates

Uitspraken kunnen waar zijn en toch onderling strijdig lijken. Waar ligt dit aan?

Als het gaat over filosofie, religie of het volgen van een bepaalde levenshouding, komt het begrip ‘waarheid’ vaak aan bod. En ook de vraag of er een ultieme waarheid is, meerdere waarheden, of helemaal geen waarheid. Om hierover enigszins helderheid te krijgen, kunnen we volgens mij de volgende vormen van waarheid onderscheiden, om te zien dat de ene waarheid de andere niet uitsluit.

Dit bericht is minder praktisch en heeft geen concrete, praktische tips zoals sommige van mijn andere posts. Als je van verdieping houdt, misschien is deze blog dan wat voor jou. Zo niet, geen zorgen, pak je gewoon een andere post!

1. Mening als waarheid (subjective knowledge)
De eerste vorm van waarheid is een mening. Je kunt iets vinden, een ander kan het daarmee oneens zijn. Je vind geel geen mooie kleur – dat is op zichzelf waar (dat jij dat vindt). Jouw god is beter dan zijn god vind je, maar er is geen mogelijkheid om dat vast te stellen. Ten eerste niet of god bestaat en welke van de twee dat dan is, ten tweede wat ‘beter’ is – dit is volledig afhankelijk van (culturele) opvattingen over goed of slecht.

2. Beperkte kennis als waarheid (objective knowledge)
Objectieve kennis kan ‘bewezen’ worden als waarheid, in ons tijdperk door de wetenschap. In de wetenschap wordt geaccepteerd dat later kan blijken dat eerder bewezen kennis, toch onjuist is. Bijvoorbeeld: de zwaartekracht van Newton. Het is geen mening, het voldoet aan je waarneming, het is wetenschappelijk bewezen en technologisch bruikbaar. Totdat de wetenschap ver genoeg vordert om de nieuwe waarheid te introduceren, namelijk Einsteins relativiteitstheorie. Eigenlijk alle ‘waarheden’ die we nu kennen, zijn morgen mogelijk onhoudbaar – maar wel de meest tastbare waarheden die we hebben. Wetenschappers zijn zich hiervan over het algemeen bewust.

3. Andersoortige gelijkwaardige waarheden (personal knowledge)
Waarheden kunnen elkaar tegenspreken en toch allebei waar zijn. Stel je een schoolkrijtje voor. Voor de natuurkunde is het een object met een bepaalde volume, massa en vorm. Scheikundig bezien is het een chemische samenstelling van een aantal stoffen. Voor een schoolmeester heeft het een bepaalde betekenis, een gevoel. Al deze benaderingen zijn waar maar spreken over totaal iets anders.

Bij een krijtje accepteren we dat. Maar als het over onze geest gaat raken we in de war. Dan zeggen we dat de geest totaal los staat van de hersenen. Of juist dat er geen geest is, maar alleen de materie in ons hoofd en chemische reacties, niets meer dan dat. Terwijl de chemische reacties en jouw ‘verliefde gevoel’ allebei waarheid zijn, maar allebei op een ander betekenisniveau. ‘Chemische reacties in je hoofd’ is hoe verliefdheid in de natuur ‘werkt’, de taal die het spreekt. Het een veroorzaakt het ander niet, het is hetzelfde. Dat doet niets af aan het verliefde gevoel en maakt het niet minder waar. Het sluit elkaar niet uit. Dat brengt ons bij de volgende categorie.

4. Talige waarheden (philosophical knowledge)
De vraag of lichaam en geest gescheiden zijn, komt enkel voort uit het talige onderscheid tussen die twee. Feitelijk is er niets dat erop wijst dat de geest iets anders is dan het lichaam: als je je geestelijk slecht voelt, heeft dat lichamelijke gevolgen. Als er in je hersenen iets misgaat, heeft dat consequenties voor het presteren van je geest. Maar omdat wij er twee verschillende woorden aan geven, hebben we vervolgens het ‘probleem’ dat we niet weten hoe ze met elkaar te maken hebben.

Voor mij is dat hetzelfde als de woorden God, Tao, Brahman – of het geheel van natuurwetten. Allemaal wijzen ze wat mij betreft naar de werking van de natuur, de drijvende kracht van het leven zelf. Of je dat conceptueel begrijpt, samenvat, in een godsbegrip – prima. Als je dat ziet als de (wonderlijke) werking van natuurwetten die ‘vanzelf zo’ zijn, ook goed. Komt op hetzelfde neer als je het mij vraagt, alleen kunnen wij het maar op enkele beperkte manieren in onze hersenen begrijpen. We hoeven daar geen ruzie om te hebben, we kijken er alleen wat anders naar.

‘Waarheid’ is dus vooral een probleem van de taal. Taal is een echt mensending. En het universum is breder dan alleen de mensen – dus waarom zou datgene dat waar is in onze taal en met onze hersenen gevat kunnen worden?

5. Onkenbare waarheid (mystical knowledge)
Er zal iets van een waarheid bestaan (waarheid is zelf ook een mensenwoord natuurlijk, de natuur geeft er niks om). Maar zodra we die proberen te benoemen, blijft er van die waarheid alleen maar iets over wat in de woorden wordt uitgedrukt. Dat is dus gebrekkig, en in de meeste gevallen veel te beperkt.

Laat ik het wat concreter maken. Beschrijf je geliefde eens of een goede vriend. Waarschijnlijk kom je tot een paar kenmerken en karaktertrekken. Maar die woorden zijn bij lange na niet de persoon zelf. Sterker nog, morgen kan die persoon weer andere eigenschappen of karaktertrekken ontwikkelen. De persoon is veel meer dan alleen de woorden die je uitsprak.

Hoe beperkt zijn woorden dan als het gaat om het beschrijven van iets dat ons begripsvermogen compleet te boven gaat? Om iets uit te drukken, waar nog nooit woorden voor zijn gemaakt?  Elke begripsbepaling over God of Tao drukt ook meteen uit wat het niet is, terwijl zij allesomvattend zouden zijn.

Woorden kunnen dan in een bepaalde richting wijzen en een ervaring opwekken – en dat is het hoogst haalbare voor een mens.

Wat schiet je hier nu mee op? Volgens mij kan dit onderscheid helpen om meer inzicht te krijgen in wat waarheid is en hoe verschillende waarheden elkaar niet uit hoeven te sluiten. Daar hoeven we geen ruzie over te maken – van andere zienswijzen kun je juist veel leren. Je hoeft dus ook niet te ‘kiezen’ tussen absolute waarheden, zolang je beseft dat wij mensen intelligent zijn, maar ook onze beperkingen hebben.


Wil je hierop reageren? Stuur mij een persoonlijk bericht.

Deel het met iemand anders: